Speech burgemeester Ronald Schneider tijdens dodenherdenking
In dit artikel:
Burgemeester Ronald Schneider hield op 4 mei tijdens de dodenherdenking in Barendrecht een toespraak waarin hij oproept tot breed en inclusief herdenken van oorlogsslachtoffers. Hij benadrukte dat de Nationale Herdenking — het memorandum dat sinds 1946 als leidraad dient — uitdrukkelijk alle slachtoffers vermeldt: Nederlanders die stierven tijdens de Tweede Wereldoorlog (ook vóór de Duitse inval), slachtoffers van de koloniale oorlogen in voormalig Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea en Korea, en degenen die omkwamen in latere oorlogssituaties of bij vredesoperaties. Zowel militairen als burgers vallen hieronder.
Schneider wees erop dat veel slachtoffers ver van huis zijn gevallen — in vernietigingskampen, op zee of in verre landen — en dat achter ieder verlies een persoonlijk verhaal en generaties overstijgend verdriet schuilgaat. Ook lokaal heeft de oorlog sporen nagelaten: monumenten en plaquettes in en rond Barendrecht herinneren aan individuele daden van moed en aan moeilijke keuzes die met leven werden betaald. Het Veteranen Comité Barendrecht houdt deze verhalen levend met activiteiten zoals lichtjes bij graven, de jaarlijkse Veteranendag en tentoonstellingen.
De burgemeester verbond herinneren aan nadenken over het heden: oorlog is nooit verdwenen, met name zichtbaar in de huidige conflicten in Oekraïne en de gespannen situatie in het Midden-Oosten. Daardoor is Dodenherdenking volgens hem niet alleen terugkijken, maar ook een morele opdracht: waakzaamheid, moed en verbondenheid zijn nodig om vrijheid en rechtvaardigheid te bewaren. Hij riep op om, in het besef van de offers die vandaag herdacht worden, te werken aan een samenleving waarin vrijheid en rechtvaardigheid vanzelfsprekend zijn voor iedereen.